maandag 4 april 2011

Vladivostok

Hij pakte snel wat kleren in een reistas, zijn paspoort en wat eerste proviand voor onderweg. Belde aan bij de buurvrouw en vroeg of ze een tijdje op de kat kon passen. Als het te lang ging duren kon ze Pauline bellen. Zijn ex. Ze mocht het beest alsnog hebben.
Hij liet de buurvrouw enigszins beduusd achter en ging verder met pakken en opruimen. De planten gooide hij in de afvalcontainer, evenals de inhoud van de koelkast.
Hij rende naar het station, de weekendtas aan zijn hand. Kocht snel een kaartje Leiden-Utrecht en sprong de trein in die op punt van vertrek stond. Nahijgend zeeg hij neer op een bankje alleen, de tas naast zich. In Utrecht zou hij de rest regelen. Een enkeltje Moskou via Berlijn en Warschau, en dan verder met de Trans-Siberiƫ Express, helemaal naar het eindpunt.
De trein zette er meteen vaart in. Zijn denken denderde ook, maar eerst achteruit. Naar hoe het begonnen was. Aranka had voor haar studie een half jaar in Leiden doorgebracht. Hij had haar kort voor ze terugging ontmoet. Gewoon bij de bakker, waar ze op een zaterdagochtend allebei lang in de rij hadden gestaan. Na de bakker hadden ze het gesprek voortgezet bij een kop koffie en snel was van het een het ander gekomen. Drie weken had het geduurd, drie mooie, intensieve weken. Toen had hij haar naar Schiphol gebracht.
Vladivostok, daar woonde ze. In een onderdeel van een seconde had hij besloten dat hij de reis per trein zou afleggen. Iedere afgelegde kilometer over stalen rails zou hem zichtbaar verder weg voeren van zijn oude leven. De cadans van de trein op de eindeloos lange afstanden door het desolate landschap zou ook hem in een niet te stoppen nieuw ritme brengen.
Vladivostok was nog ver, maar hij was onderweg.

Dit verhaal is geboren tijdens het luisteren naar het ‘treinnummer’ van Roelof Kuipers op het Accordeonfestival van 3 april 2011 in St. Willebrord.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten