maandag 18 april 2011

De danspartner

Beeld uit de film

Hoewel het meer dan vijfentwintig jaar geleden was, zag ze hem toen ze binnenkwam direct. Als klein meisje ging ze soms met haar moeder mee als die ging schoonmaken bij de notaris. Hij was de zoon des huizes, in haar kinderogen toen al bijna een volwassenen man. Pierre.
Hij herkende haar pas toen ze naar hem toe ging en begon te praten.
Er hing iets verlorens om hem heen. Zoals ze meteen vermoedde: jong gescheiden en nooit meer hertrouwd. Hij leidde een deurwaarderskantoor, gevestigd vlakbij de dansschool.
Net als voor hem was dit haar eerste tangoles. Als vanzelf werd hij haar danspartner.
Hij trok haar naar zich toe, zijn hand op haar rug. Aanvankelijk bewogen ze samen een beetje houterig, maar hij bleek te kunnen leiden en ze ontspande op het ritme van de muziek. Hij volgde de instructies van de dansleraar, zij volgde hem.
Ze had hem verteld van haar werk bij het onderzoeksinstituut, maar niet van haar verloving met Claude en hun op handen zijnde bruiloft. Voor Claude, artistiek, aantrekkelijk, flamboyant, was ze als een blok gevallen. Maar sinds ze samenwoonden hing hij vooral de gekwelde romanschrijver uit, lijdend aan wisselende stemmingen en een zwaar ‘writers block’. Als ze thuiskwam van haar werk had hij het meestal niet opgebracht boodschappen te doen, laat staan te koken. Hij had ook niet mee naar tangoles gewild omdat dat hem teveel van zijn inspiratie zou afhouden.
De laatste tijd was ze moe, rusteloos, en weet dat aan de spanningen rond de bruiloft, die intensief werd voorbereid door haar moeder en zus.
Hier, op tangoles, ademde ze eindelijk uit. Pierre’s hand lag op haar rug alsof hij er altijd gehoord had. Ze schoof haar eigen hand wat verder om zijn nek zodat ze zich dichter tegen hem aan kon vlijen. Wang aan wang, zoals dat hoort en mag in de tango.
Na afloop bracht hij haar naar huis in zijn auto, omdat het regende en hij haar zag staan bij de bushalte. Na een kwartiertje stopte hij voor haar huis, het huis van Claude en haar. Heel even bleef ze zitten, hoewel het inmiddels droog was.
“Ik voel me fijn in je auto”, zei ze. Toen stapte ze uit.

Vrij naar de film 'Je ne suis pas là pour être aimé' (2005) van Stéphane Brizé die ik gisteren op tv zag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten