vrijdag 8 juli 2011

Zielsdraden

Gisteren las ik in de krant een recensie van de film ‘Adem’. De ze gaat over drie jongens die lijden aan Cystic Fibrosis en daarom regelmatig in het ziekenhuis verblijven. De film heeft als hoofdthema: hoe leef je, als je weet dat je niet oud zult worden?
Een van de jongens wordt in het ziekenhuis verliefd op een ernstig ziek meisje dat wegens besmettingsgevaar in quarantaine ligt. Hij kan alleen via de telefoon met haar communiceren hoewel hij dichtbij is en haar kan zien.
Normaliter zijn in persoonlijke relaties telefoon en mail (of brieven) middelen om de relatie te onderhouden in aanvulling op het directe contact waarbij je de ander ziet, fysiek dichtbij elkaar bent en elkaar desgewenst kunt aanraken. Verliefd zijn en nooit in een ruimte kunnen zijn, nooit kunnen aanraken lijkt me heftig. Afwezigheid valt in het gewone leven soms al zwaar, en dan is het slechts een tussenperiode tussen twee wel-nabije ontmoetingen. Met degenen met wie ik het meest close ben, spreek ik daarom van ‘zielsdraden’. Daarmee weten wij ons verbonden als we niet bij elkaar zijn, in aanvulling op de mogelijkheden van mail en telefoon. Kunnen elkaar voelen op afstand.
Ik denk weer aan wat ik las over de film. Over die twee jonge mensen met altijd ziekenhuisruiten en plastic tenten tussen hen. Daar moeten dus zielsdraden als kabels gesponnen worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten