![]() |
| Hand van God (Auguste Rodin) |
Vroeger bij ons thuis heerste een streng atheïsme. Wij waren heel bewust Niets. In de jonge jaren van mijn ouders was dat ongewoon, en daarom was er onder niet-gelovigen een behoefte iets tegenover de in Nederland aanwezige Christelijke kerkgenootschappen te stellen (Islam, Boeddhisme en andere toen nog exotische geloven en wereldbeschouwingen waren toen niet of nauwelijks in Nederland bespeurbaar). Dat was het Humanisme. Toch Iets, dus. En ook Humanisme bleek met verve te kunnen worden beleden.
Ikzelf heb nooit de behoefte gehad tot belijden, laat staan uitdragen. Geen Woord, geen Gebod, geen Iets en geen Niets. Toch blijk ik mij vrij gemakkelijk te kunnen verbinden met mensen die bewust zoeken naar, en woorden proberen te geven aan wat ik nu maar even aanduid met 'iets Hogers'. Vrijdenkers zijn dat doorgaans. Die het gesprek aangaan over wat ze denken, vermoeden, maar ook de stilte durven aankijken, en hun niet-weten. En die de ruimte daarvoor binnen hun kerk of stroming vinden, of nemen.
Zonder kerk of geloof heb ik op mijn manier ook iets met de dimensies ‘achter’ het alledaagse, en meen daar soms heel even iets van waar te nemen. Ik zal dat niet gauw 'de Hand van God' noemen. Eerder iets als Het Grotere, De Natuur, de Levenskracht die zorgt voor dag en nacht, voor seizoenen, geboorte en dood. Voor toeval dat haast geen toeval kan zijn. Het Mysterie van het leven en dus ook van mijn, jouw, ons leven. Is dat religieus, spiritueel, humanistisch, een vorm van modern ‘ietsisme’?
“Noem Mij maar niet”, hoor ik dan.
Wie spreekt daar? God, de Grote Moedergodin, Iets, Niets?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten