woensdag 19 april 2017

Dampkring

deel coverfoto
Ik las een prachtige roman, Jens Christian Grøndahl - Portret van een man. De 60-jarige hoofdpersoon laat zijn leven voorbijkomen aan de hand van zijn relaties met de vrouwen die hij heeft liefgehad. Van beroep is hij leraar, met als missie zijn leerlingen enig gevoel voor kunst en literatuur bij te brengen. Voor hemzelf is de wereld beleven via woord en beeld even noodzakelijk als ademhalen. “Net zoals de aarde een dampkring heeft van zuurstof waarvan alle leven afhankelijk is, heeft het menselijk leven ook een dampkring. Die heet fantasie of voorstellingsvermogen en net als van zuurstof zijn wij daarvan afhankelijk om te kunnen ademen, maar dan in geestelijke zin.”

Als de hoofdpersoon merkt dat anderen vaak voldoende hebben aan het leven zelf, is dat een breekpunt. “De poëzie van het alledaagse kan ook echt genoeg zijn, als je ervoor open staat. Maar ik kreeg het benauwd. (...) Mijn innerlijk leven werd iets waar een hek omheen stond, met afgepaste bezoektijden, zonder verbinding met de rest.”
De ‘ik’ voelt de realiteit pas als waar, wanneer hij deze in vertelde vorm teruggespeeld krijgt: het verhaal achteraf is werkelijker dan het moment zelf. “Als iemand weet te bereiken dat de taal zich opent, zodat die meer wordt dan alleen een middel om je mening uit te drukken. Wat je je voorstelt, of waar je van droomt, of wat je kwijt wilt. Als je je door de woorden zelf echt voelt.”

Ik herken de door Grøndahl aangeduide ‘dampkring’ en zou ook niet zonder willen. Als iets heel precies is gevat in woorden, beelden of muziek kun je je even laten meenemen in een wijdere dimensie. Je wordt opgetild uit jezelf terwijl je tegelijkertijd weet: ja, zo is het, zo was het, dit, hier!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten