Afgelopen weekend waren de boomplantdagen van Natuurmonumenten. Geliefde en ik hadden in januari op onze trouwdag een boom gekregen (vooralsnog in certificaatvorm) en zijn die zondag zelf gaan planten. We kozen een eikje van zo’n 2 meter hoog.
Later vroeg ik de boswachter hoeveel van deze bomen eigenlijk in leven blijven. Om 10 bomen te laten opgroeien moet je er 100 planten, was het antwoord. Het idee dat juist de geplante boom onze verbintenis symboliseert tot in de eeuwigheid is dus alleen waar als je in het groot denkt, in termen van het aanplanten van een bos. Want wie zegt dat onze boom een van die 10 zal zijn? Troostrijk was de informatie die volgde: dood hout heeft in het bos een belangrijke functie. Insecten nestelen erin, die op hun beurt weer allerlei sporen en zaden verspreiden. Een dode boom is ook een voedingsbodem voor mossen, paddestoelen en nog veel meer. Uiteindelijk verteert hij tot voedzame humus voor zijn mede-bomen.
Als je het zo bekijkt, leeft eigenlijk alles wat aan zijn eind komt, op een bepaalde manier voort. Een mooie gedachte voor iemand als ik die zo slecht afscheid kan nemen: wat er niet meer is, is er toch nog.
Vooralsnog hebben we een gezonde jonge boom geplant. En onze jonge liefde bloeit op het oude hout van onze vorige levens. Tot ook wij deel worden van het grotere geheel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten