zaterdag 31 december 2011

Degas

Deze herfst hadden ze elkaar opnieuw ontmoet. De schilder, de violist en de danseres. Avonden lang hadden ze herinneringen opgehaald aan hun jonge jaren, hun kunstenaarstijd. De schilder was de enige die de oude idealen trouw was gebleven. Hij was blijven schilderen, had zich zoals velen van zijn soortgenoten gevestigd in het Parijse Montmartre. Het was hem echter niet gelukt door te breken als kunstenaar en hij leefde op de rand van het bestaansminimum.
De violist en de danseres waren in Amsterdam gebleven. Ze waren indertijd al een stel, maar verzetten zich tegen elke vorm van burgerlijkheid. Tot de kinderen geboren waren, met maar een jaar ertussen. Toen had hij zijn viool aan de wilgen gehangen en later zelfs verkocht. Dankzij zijn -zij het onvoltooide- studie economie vond hij een redelijk verdienende baan bij de gemeentelijke financiële dienst. De danseres had haar danscarrière na de twee zwangerschappen niet meer opgepakt.
Nu, vijftien jaar later, was de schilder weer opgedoken in hun leven. De dag voor oudejaarsavond bracht hij een oude viool mee. En een tutu en balletschoenen met spitzen. “Willen jullie nog eens voor me poseren, net als vroeger?”
Ze aarzelden. De violist had al jaren geen viool meer aangeraakt. De danseres was een stuk dikker geworden en zou in geen enkel balletpakje meer passen. En of ze haar been nog in de lucht kreeg? Toch besloten ze het te doen. De schilder zou een foto maken, als basis voor het schilderij dat de sfeer van Degas zou krijgen.
De violist probeerde de oude viool. Het ding was niet meer te stemmen en kraste afschuwelijk. Zelfs toen hij alleen maar deed alsof, deden zijn oren er nog pijn van. Met zijn vrouw was het niet veel beter gesteld. Ze had de tutu aangetrokken. Aan de voorkant zag het er nog redelijk uit. Van achteren werd het lijfje met veiligheidsspelden aan de niet-gestrikte bandjes bij elkaar gehouden, een baan kwabbig naakt rugvlees van ruim tien centimeter bloot latend. De balletschoenen waren enkele maten te groot. Ze posteerde zich op haar rechter been, verhief zich een stukje op haar gespitzte tenen. Het linkerbeen draaide ze achterwaarts uit naar omhoog, zoals ze dat als ballerina ooit moeiteloos deed. Althans zo zag het later uit. In werkelijkheid steunde ze, voor de kijkers onzichtbaar, met haar linkerbeen op een keukenstoel terwijl ze probeerde de gewenste balletpose zo goed mogelijk te faken. Ze kreeg direct overal pijn in haar ongetrainde spieren waardoor een feeërieke glimlach niet echt wilde lukken. De schilder nam maar snel zijn foto.
Later, terug in Montmartre, heeft hij het schilderij gemaakt.

De inspiratie voor dit verhaaltje was bijgaand schilderij, dat ik in het Doelencafé in Rotterdam zag hangen. Het had geen titel en over de kunstenaar, S. Larissa als ik de handtekening goed heb ontcijferd, heb ik geen nadere informatie kunnen vinden. Ik hoop dat hij/zij het niet erg vindt dat ik mijn fantasie liet gaan naar aanleiding van de scène die me in de verte deed denken aan de danseresjes van Degas. Ik werd getriggerd door de niet erg blije gezichtsuitdrukking van de afgebeelde personen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten