Door het samen bezig zijn met iets, komen de verhalen los. Dat gebeurt al bij een gezamenlijke maaltijd of tijdens een wandeling. Maar nog meer bij het samen verrichten van routineuze taken. De afwas was (in de tijden voor de vaatwasser) zo'n moment. In de jeugd van schrijver Wieslaw Mysliwski lokte het doppen van bonen verhalen uit, wat hem zelfs inspireerde tot de titel van een van zijn romans. In de NRC van afgelopen vrijdag stond een interview met Mysliwski, waarin dit schitterende citaat:
“Ik groeide op in de wereld van mijn moeder, in de verhalen van de boeren, waar 'Over het doppen van bonen' over gaat. Het bonen doppen was een manier voor boeren om bij elkaar te komen. Buren en familieleden zaten dan samen om de tafel. Iedereen had wel wat te vertellen. Dat doppen zelf ging heel mechanisch, je hoefde er niet bij na te denken. En omdat er geen narratieve constructies bestonden, vertelde iedereen maar zoals het hem of haar voor de mond kwam. Die verhalen hadden kop noch staart. Het ging over de oorlog, de liefde, verraad, dromen, geesten, spookbeelden, de duivel. Als ik als kind meedeed aan dat doppen, kon ik later niet slapen, zoveel verhalen had ik gehoord. Die vertelgeest van dat doppen van bonen is de bron voor al mijn boeken.”
Zelf mocht ik het ook vrijdag ervaren in onze vertelkring (het artikel had ik toen nog niet gelezen). Men neme een groep vertellers en laat ze samen een maaltijd samenstellen en opeten... Iedereen had iets meegebracht, zowel een tevoren klaargemaakt gerecht als een verhaal. Ter plekke in de sfeervolle groene achtertuin van Eric en Hanneke werden veelvormige boontjes gedopt, van woeste waargebeurde vakantie-avonturen tot dierbare gedichten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten